Privacy, AVG en Wwft

Nieuw Europees antiwitwasstelsel vraagt om aantoonbaar risicogestuurd cliëntenonderzoek

De Afdeling advisering van de Raad van State waarschuwt dat de Nederlandse uitvoering van het nieuwe Europese antiwitwasstelsel scherpere waarborgen nodig heeft voor risicogericht werken, non-discriminatie en gegevensbescherming. Verplichte instellingen kunnen hun voorbereiding nu al toetsen.

Privacy, AVG en WwftGepubliceerd op 18 september 2026

De Afdeling advisering van de Raad van State waarschuwt dat de Nederlandse uitvoering van het nieuwe Europese antiwitwasstelsel scherpere waarborgen nodig heeft voor risicogericht werken, non-discriminatie en gegevensbescherming. Verplichte instellingen kunnen hun voorbereiding nu al toetsen.

Van nationale Wwft naar een sterker Europees stelsel

Het Europese antiwitwaspakket brengt een groot deel van de verplichtingen rechtstreeks op EU-niveau samen en introduceert een Europese toezichthouder, AMLA. Nederland werkt daarnaast aan nationale uitvoeringswetgeving. De Afdeling advisering van de Raad van State publiceerde op 17 augustus 2026 haar advies over het Nederlandse voorstel en benadrukt dat de ruimte voor nationale keuzes beperkter wordt, maar dat de overheid wel verantwoordelijk blijft voor een werkbaar en rechtsstatelijk stelsel.

De kern blijft risicogestuurd: instellingen moeten risico’s op witwassen en terrorismefinanciering herkennen, beoordelen en beheersen. Dat vraagt meer dan een standaardvragenlijst of een automatische risicoscore. Uit het dossier moet blijken welke indicatoren relevant waren, welke aanvullende informatie is opgevraagd en waarom een cliënt is geaccepteerd, beperkt of geweigerd. Juist wanneer modellen of vaste risicocategorieën worden gebruikt, is menselijke controle nodig.

Voorkom ongerichte uitsluiting

De Raad van State vraagt bijzondere aandacht voor discriminatie en uitsluiting. Een risicogebaseerde aanpak mag niet omslaan in het zonder individuele beoordeling weigeren van hele beroepsgroepen, nationaliteiten of typen ondernemingen. Zo’n brede de-risking kan moeilijk te verenigen zijn met het vereiste dat risico’s concreet en proportioneel worden beoordeeld.

Controleer daarom welke kenmerken in klantacceptatie en transactiemonitoring worden gebruikt en welke indirect onderscheidende effecten zij kunnen hebben. Leg vast wanneer een signaal alleen aanleiding geeft tot nader onderzoek en wanneer het werkelijk een besluit kan dragen. Een bruikbaar controlemechanisme bevat een gemotiveerde uitkomst, een tweede beoordeling bij ingrijpende beslissingen en een route om verouderde of onjuiste gegevens te corrigeren.

Meer gegevensdeling vraagt om meer grip

Het nieuwe stelsel maakt verwerking en uitwisseling van grote hoeveelheden bedrijfs- en persoonsgegevens mogelijk. Volgens de Raad van State bestaat het risico dat onvoldoende duidelijk is waar gegevens zich bevinden, wie toegang heeft, voor welk doel zij worden gebruikt en hoe lang zij worden bewaard. De Afdeling vraagt in het bijzonder om een duidelijke wettelijke basis voor de verwerking van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens door FIU-Nederland.

Voor instellingen is dit een signaal om de eigen dataketen in kaart te brengen. Noteer per Wwft-proces de bron, wettelijke grondslag, ontvangers, bewaartermijn en toegangsrechten. Beoordeel contracten met screenings- en monitoringleveranciers en voorkom dat gegevens voor andere doeleinden worden hergebruikt zonder afzonderlijke basis. Een aantoonbare koppeling tussen risicoanalyse, gegevensgebruik en besluitvorming wordt daarmee een belangrijk onderdeel van de verdedigbaarheid.

Actiepunten

  1. Maak een verschillenlijst tussen de huidige Wwft-procedures en de komende Europese regels voor uw type instelling.
  2. Test risicomodellen op te brede categorieën en leg vast wanneer een individuele beoordeling verplicht is.
  3. Breng per gegevensstroom doel, grondslag, herkomst, ontvanger, toegang en bewaartermijn in kaart.
  4. Richt een tweede beoordeling in voor weigering, beëindiging of zware beperking van een klantrelatie.
  5. Volg de aanpassing van het Nederlandse wetsvoorstel en vertaal definitieve keuzes pas daarna naar beleid en systemen.
Status en onzekerheden

Het advies van de Raad van State ziet op een wetsvoorstel; de Nederlandse uitvoeringsregels zijn dus nog niet definitief. Verordening (EU) 2024/1624 is al vastgesteld en is grotendeels van toepassing vanaf 10 juli 2027, met uitzonderingen en latere toepassingsmomenten voor enkele onderdelen. Controleer voor implementatie steeds de definitieve Europese en Nederlandse regels die op uw organisatie van toepassing zijn.

Bronnen

Wat betekent dit voor u?

Dit artikel is algemeen van aard. Wilt u weten wat deze ontwikkeling voor uw eigen situatie betekent, lees dan verder over privacy en compliance of leg uw vraag voor via de gratis intake.